Misschien herken je het wel. Je komt terug van vakantie en ineens lijkt alles weer tegelijk te beginnen. De agenda loopt vol, het werk wacht, scholen gaan weer open en voor je het weet is dat ontspannen gevoel van de afgelopen weken alweer een heel eind naar de achtergrond verdwenen. Alsof je van de ene op de andere dag weer van de vrije stand naar de hoogste versnelling gaat.
Maar misschien hoeft die overgang helemaal niet zo abrupt te zijn. Natuurlijk kun je niet doen alsof je nog steeds aan een lange tafel in de zon zit terwijl de was zich opstapelt en je mailbox volloopt. Het dagelijks leven gaat gewoon weer verder. Maar misschien is er wel iets van de vakantie dat je mee kunt nemen. Niet het vakantiegevoel zelf, want dat laat zich nu eenmaal niet zomaar vasthouden. Wel iets van de manier waarop je tijdens je vakantie met tijd en aandacht omging.
Misschien had je minder haast. Minder plannen. Je deed dingen wat meer op het moment zelf. Je zat ergens een tijdje zonder dat er iets hoefde. Je liep een rondje zonder doel, dronk koffie zonder ondertussen je telefoon te bekijken of keek gewoon eens een tijdje voor je uit. En misschien sliep je wat langer, at je wanneer je trek had en zat er tussen het ene en het andere gewoon wat meer ruimte.
Het zijn kleine dingen, maar juist daarin zit iets interessants. We denken vaak dat ontspanning afhankelijk is van onze omstandigheden. Dat we pas echt kunnen ontspannen als we vrij zijn, als er niets hoeft en als alle ballen even niet in de lucht gehouden hoeven worden. Maar ontspanning heeft misschien niet alleen te maken met wat we doen. Het heeft ook te maken met hoe we aanwezig zijn bij wat we doen.
Met hoeveel haast we ergens naartoe bewegen. Met hoeveel ruimte we overlaten. Met de vraag of ieder leeg moment meteen gevuld moet worden. Daar hoef je je leven niet voor om te gooien. Je kunt ook gewoon eens iets níét invullen. Laat een lege plek in je agenda leeg. Loop een stukje zonder podcast of muziek. Drink je koffie terwijl je alleen maar koffie drinkt. Ga iets eerder naar bed. Of maak ergens in je week ruimte voor een moment waarop je niets hoeft te bereiken. Niet nuttig zijn is soms verrassend nuttig.
En natuurlijk kun je ook naar yoga komen. Niet omdat yoga ervoor zorgt dat je agenda ineens leegloopt of dat je mailbox zichzelf beantwoordt. Was het maar zo. Maar wel omdat je op de mat even uit die voortdurende stroom van moeten, regelen en doorgaan kunt stappen. Je hoeft nergens naartoe. Er hoeft niets af. Je hoeft niet beter, soepeler of meer ontspannen te worden. Je kunt gewoon even voelen hoe het met je is.
Ook als dat op dat moment helemaal niet zo ontspannen voelt.
Misschien is dat uiteindelijk wel een mooiere manier om iets van de vakantie mee te nemen. Niet proberen om het vakantiegevoel zo lang mogelijk vast te houden, maar jezelf regelmatig opnieuw wat ruimte geven. Een moment waarop je niet hoeft door te gaan. Een moment waarop je weer even merkt waar je bent. De zomer loopt langzaam ten einde. Het ritme verandert, de dagen worden korter en het gewone leven komt weer wat meer op gang.
Laat het maar komen. Je hoeft niet alles van de vakantie achter je te laten. Neem mee wat goed voelde.
Wat meer ruimte. Wat minder haast. En af en toe een moment waarop er niets hoeft.